Kunst als een Explosief: Een interview met Paula Chaves en een afwezige Thais Di Marco*

Door Lies Mensink 


Voor de choreografen, performers en activisten Paula Chaves en Thais Di Marco is kunst onlosmakelijk verbonden met politiek. Als onderdeel van de 3package deal, tussen Veem House for Performance, De Balie en ateliers werkt ze onder de noemer ‘engaged art’. “Hier maak ik ‘engaged art’, vanuit mijn achtergrond dacht ik: ‘Dus er bestaat zoiets als disengaged art?’ Ik draai het liever om: ik maak kunst en er bestaat zoiets als niet-geëngageerde-kunst.” Chaves’ en Marco’s nieuwe werk OMNI TOXICA is diep geëngageerd. Door de geschiedenis van de cocaplant te onderzoeken, behandelen ze neokolonialisme, kapitalisme en wat zij het “Coca Cocaine Coca-Cola Complex” noemen. 

 

Chaves creëert OMNI TOXICA samen met performer, choreograaf en theaterregisseur Thais Di Marco. Beiden hebben een vergelijkbare achtergrond van Latijns-Amerikaanse politieke kunst, Chaves vanuit Bogotá, Di Marco vanuit São Paulo. Ze ontmoetten elkaar in Amsterdam en worden op slag verliefd op elkaars kunstpraktijk. Chaves: “Ik was  direct gefascineerd door het werk van Thais; ik kon me compleet herkennen in de manier waarop zij werkt en beelden vormt, haar positie als kunstenaar, haar visie... Volgens mij had zij hetzelfde, we dachten beiden: ‘Ik zie mezelf in jou.’ Dat is zo vreemd en bijzonder…”

 

In OMNI TOXICA volgen Chaves en Di Marco de geschiedenis van de coca: van de magische groene plant van het inheemse volk tot de witgewassen en kapitalistische dochter: cocaïne. “Er is een werkelijk prachtige analogie tussen de cocaplant en kolonialisme te trekken, omdat de plant een proces van kolonisatie heeft doorgemaakt: ze is gestolen, geëxtraheerd, gedood en witgewassen om winst te maken.” Via de geschiedenis van de coca tonen Chaves en Di Marco hoe neokolonialisme werkt: “Hoe illegale en legale economieën, verweven, verbonden en misschien helemaal niet zo verschillend zijn.” 

 

De geschiedenis van de coca overbrugt de afstand tussen twee schijnbaar verschillende werelden en maakt ze tot één. “Deze plant bevat die complexe geschiedenis. Het slaagt erin de machtsrelatie tussen Noord en Zuid te verduidelijken: die relatie vind ik vaak erg moeilijk te duiden in mijn werk. Het brengt een reflectie met zich mee, die eert waar ik vandaan kom en die tegelijkertijd erg relevant is in de context van Europa en Nederland. Want Nederland speelde een enorm belangrijke rol in…” Chaves stopt plotseling: “…maar je moet de voorstelling zelf zien om meer te weten te komen…”

 

In OMNI TOXICA maken Chaves en Di Marco gebruik van de methode ‘Performatieve Journalistiek’. Een methode die Chaves ontwikkeld heeft.  “Het terugbrengen van herinneringen is een belangrijk onderdeel van de strijd die we binnen de counter culture movements in Colombia, Brazilië en Nederland voeren. Het delen van geschiedenissen die niet door de mainstream media worden getoond.” Chaves spreekt van publiek belang, dat verhuld wordt of complexer gemaakt, waardoor mensen niet over de informatie beschikken om te bepalen wat daadwerkelijk in het publieke belang is. Chaves probeert het publiek daarin een gevoel van zeggenschap terug te geven. “Vanuit dat oogpunt is het een politieke daad om te zeggen deze informatie behoort iedereen toe. Om zo mensen het recht te geven de kennis die hen toebehoort op te eisen, kennis die hun manieren van bestaan kadert en voorschrijft.”

 

“Het verhogen van socio-politiek bewustzijn, en de ruimte te geven aan kritisch en autonoom denken, dat is waar ik over fantaseer. Dat is wat me drijft in het opeisen van de theatrale ruimte, in het maken van kunst of performance. Om te zoeken naar manieren om de toeschouwer te kunnen activeren.” Chaves is activist, het inspireert haar in haar praktijk als kunstenaar, maar ze ziet het ook als iets dat parallel naast haar kunst bestaat. Voor Chaves is het theater een ruimte met activistische potentie: “Het is een van de weinige ruimtes die niet is gemediatiseerd. Er schuilt daar een prachtige mogelijkheid om samen collectief te broeden, en na te denken over onze manier van leven. Om zo met het individualisme te breken waartoe we worden gedwongen in het neoliberale denken.”

 

In de theaterruimte is Chaves in staat een microniveau met een macroniveau te verbinden. De micro als het persoonlijke en macro als de maatschappij. Chaves laat zichzelf niet buiten beschouwing op het microniveau: “Ik maak een beweging in het stuk: ik zet een pistool tegen mijn hoofd en richt een pistool op het publiek. Ik deel hoe smerig ik me soms voel, hoe immoreel, hoe gefrustreerd, omdat ik medeplichtig ben aan een systeem waar ik geen onderdeel van wil zijn. Opgesloten in neoliberale systemen, vergiftigd door dat systeem… dat is de Toxica uit het stuk.” 

 

OMNI TOXICA is geen cliché lezing van een stereotypische activist, zegt Chaves. “Dat is het totaal niet, het zit vol humor, confrontatie, er zijn momenten van entertainment. De voorstelling maakt verschillende bewegingen op hetzelfde moment. Het valt verschillende fronten gelijktijdig aan. Het is een ervaring die politiek denken activeert in de toeschouwer, niet enkel op een cognitief niveau, maar ook op een affectieve en lichamelijke manier. Het combineert verschillende dingen waardoor het - zoals Thais dat ooit prachtig formuleerde tijdens een repetitie – een bom creëert.” Daarin schemert het verlangen van Chaves en Di Marco van kunst als een explosief wapen door: kunst die radicaal transformeert. Kunst die boven alles geëngageerd is. 


“Ik sprak enkel met Paula Chaves, omdat Thais Di Marco niet vanuit haar persoonlijke naam antwoord - ze verdwijnt. Ze antwoord enkel met een politiek esthetisch protest: met afwezigheid, een artistiek statement en een gedicht:


“I am Nobody, I am one of us. I am not important and I am not a name. One part of my body disappeared every time that one seller of the art market tried to sell souls and names in the neoliberal ocean of fake shamans, instead of looking to the artwork itself. I am disappearing, I need to disappear as I believe artworks are more than luxurious products for false hope consume. Consumption of hope is not freedom. Consumption of freedom is not hope.


Consumption of hope is not hope. Consumption of hope is not freedom. Consumption of freedom is not hope. Consumption of hope is not hope. Today I am here to ask: why do you like the type of art that you like? Who are you to say what kind of art is good or bad? How did art ended up being held by white supremacy?

They sold me so many times that today I became invisible. I became the spirit of capitalism itself. I became 1kg of cocaine made in the amazon forest. There are more people dying from the production of cocaine in the south than from cocaine consumption in the north.


Cocaine doesn't kill who consumes it. Plastic doesn't kill who consumes it. Art works don't kill who consumes it. Consumption doesn't kill consumers.

I think your desire has been captured.”